De fasetelling

De fasetelling, of ‘het fasesysteem’, wordt gebruikt om aan te tonen hoe lang een medewerker in dienst is en in welke fase hij of zij zit met betrekking tot het opbouwen van rechten . Deze fasetelling gaat in weken. In de flexbranche wordt gedacht vanuit uren en deze worden vervolgens doorgerekend naar weken. Hoe verder een medewerker in de fasetelling zit, en dus langer voor één en dezelfde opdrachtgever werkt, hoe meer rechten er worden opgebouwd. Onderdeel hiervan is het opbouwen van pensioen. De fasetelling toont dus aan op welk punt de medewerker zich bevindt.

De fasetelling

De NBBU en ABU cao

In de flexbranche kennen we twee collectieve arbeidsovereenkomsten die beide gebruik maken van een fasetelling. Dit zijn de cao’s van de NBBU en de ABU. Er zitten in principe weinig verschilltussen beide overeenkomsten. Het grote verschil zit hem in de fasetellingen van beide.

De fasetelling van de NBBU

Volgens de NBBU cao wordt er met 4 verschillende fases gewerkt. Hieronder vind je uitleg over de 4 verschillende fases:

- Fase 1: als medewerker begin je in fase 1. In deze fase van het systeem is in de eerste 26 weken pensioenopbouw niet verplicht. Pas na 26 gewerkte weken heeft de flexwerker recht op pensioenopbouw. Fase 1 is voor de werkgever de meest flexibele fase. In deze fase geldt dat een medewerker niks verdient, en de werkgever geen kosten heeft wanneer er geen uren gemaakt worden.

- Fase 2: na 26 weken wordt fase 1 beëindigd en komt de medewerker in fase 2A. In fase 2A heeft de medewerker recht op de STiPP basis pensioenregeling. In de 52 weken van fase 2A bouwt de medewerker een basispensioen op. Na dit jaar (52) weken komt de medewerker in fase 2A. In fase 2A heeft de medewerker recht op het opbouwen van een STiPP pluspensioen. De totale periode van fase 2 (A en B) duurt 2 jaar (204 weken).

- Fase 3: in fase 3 wordt de flexibiliteit minder. In deze fase bestaat de mogelijkheid om flexibele arbeidscontracten te bieden, maar deze contracten moet wel voor bepaalde tijd zijn. Daarbij zijn er verplichtingen om de medewerker aan het werk te houden. Ook heeft de medewerker nog recht op het pluspensioen. Fase 3 kan 3,5 jaar duren. De fases 1, 2 en 3 bij elkaar opgeteld hebben een totale duur van 5,5 jaar.

- Fase 4: de vierde fase is de laatste fase in het systeem. In de 4e fase krijgt de medewerker een contract voor onbepaalde tijd. Hierin heeft hij of zij een vast aantal uren per week en is loondoorbetaling verplicht.

De fasetelling van de ABU

Het fasesysteem van de ABU is hetzelfde als die van de NBBU. Het enige verschil is dat de telling werkt volgens de ABU alfabetisch. In de fasetelling van de ABU cao heb je de fases A, B, en C.

Vragen over de fasetelling?

Heb je vragen over de fasetelling? Schakel de hulp van PIM in! Je kunt PIM bereiken door het contactformulier in te vullen, of door te bellen naar 020-2252599.

Direct informatie ontvangen